Zen suite 3
Zenweek Doetinchem maart 1982


Morgenlicht van maart;
in het gras liggen plekken
berijpte blaadjes.

Bij de vroege zazen
af en toe het knorren
van een lege maag.

Vast op hun zitvlak
tien ademende buiken
aan rechte ruggen.

Vogelgekwetter
stemmen uit de boerderij,
stilte van zazen.

In de kloostertuin
klokgelui en dikke druppels
op mijn paraplu.

Samen met een non
onder een parapluutje
op weg naar de thee.

Beneden mij gaan
twee schapenwollen sokken
in gestage tred.

Een landbouwtraktor!
de kontemplatieve mens
springt haastig opzij.

Kreunen de balken,
de beesten beneden
of onze botten?

Bijna onderuit!
diepe sporen in het pad
zijn hard bevroren.

Regen op het dak;
zen-studenten op de vloer
slikken soms hoorbaar.

Diep in gedachten
hoor ik plots van flap flap flap
monnik in de bocht.

Stilstaan en kijken
hoe een berijpt beukeblad
smelt in mijn handpalm.

Onder de poort door
in natte sporen springen
van reuze-schoenen.

Storm over het dak
en-wij-maar-doorgaan
met ademhalen.

Achter mijn neus aan
de vloer laten afrollen
onder mijn zolen.

Tegenover mij
zit mijn schaduw gebroken
in het middaglicht.