Lezing Maastricht (ongedateerd).

Haiku in Japan - De ontwikkeling.

Zoals u waarschijnlijk al wist, is de haiku een vers, dat uit Japan naar het westen is overgewaaid. Dat vers is ontstaan in de 15e eeuw, als resultaat van een ontwikkeling van versvormen.
De oudst bekende Japanse gedichtenverzameling is de Manyoshu uit de 8e eeuw (na Christus). In die gedichtenverzameling staan verzen van de keizer, de keizerin, hun hovelingen, van eenvoudige boeren, en van alle lagen van de bevolking daartussenin. Opvallend ook is het grote aantal verzen van vrouwen. In die Manyoshu is de meest voorkomende versvorm de tanka. De tanka is een lyrische, beschrijvend gedicht van 5 regels, verdeeld in de klankeenheden 5-7-5-7-7. Hier is een voorbeeld van een tanka uit ca. 660, geschreven door Prinses Nukada en in het Nederlands vertaald door J. van Tooren.

Ik wachtte op u,
en ik verlangde naar u,
het blind voor mijn raam
heeft bewogen, aangeraakt
door de wind van het najaar.

(met de hand bijgeschreven in het origineel:)

Van het natte pad
naar het nooit-meer-natte pad,
onderweg rustend;
laat het waaien als het waait
regenen als het regent.

Zenmeester Ikkyu (1394-1481)

Omdat de dichtkunst in Japan geen elitaire bezigheid was, maar door veel mensen werd beoefend, kon het gebeuren dat men er op een vrolijke avond een gezelschapsspel van ging maken: Er werd een opdracht verzonnen, en iedereen maakte een tanka op zo'n onderwerp. Ook ging men een tanka in tweeŽn delen: ťťn dichter maakte de eerste 3 regels van 5-7-5 klankeenheden (moren), de tweede rondde af met 7-7. Een gedicht op zo'n manier ontstaan werd waka genoemd. Al spelende kwam van het een het ander: aan de waka werden soms weer 3 regels van 5-7-5 gebreid, een ander vervolgde met 7-7, en zo ontstonden omstreeks de 12e eeuw lange kettinggedichten, renga genaamd, die soms uit wel 100 verzen bestonden. Het startvers gaf als het ware hierbij de toon aan, dat werd ook geschreven door degeen die op die bijeenkomst de belangrijkste persoon werd geacht, bijvoorbeeld omdat hij de gast was of omdat hij de oudste was. Dat startvers van 5-7-5 klankeenheden dus, heette hokku. Een voorbeeld van een hokku met een paar verzen er achteraan:

Boncho begon:

Over de stad
hangt drukkend de lucht;
de zomermaan.

Basho schreef verder:

Wat is het warm, wat is het warm
roept men van deur tot deur.

De derde schrijver, Kyorai, vervolgde:

Het tweede onkruid
is nog niet gewied, open
breekt al de rijstpluim.

Dit werd tenslotte een renga van 36 verzen, een zogenaamde kasen, van deze drie schrijvers dus.
Voor dat renga-schrijven werden regels ontworpen, die tenslotte zo streng werden, dat het resultaat weinig meer met poŽzie te maken had.
Het werd een aaneenschakeling van spitsvondigheden. Na al die inspanning gooide men dan ook, om bij te komen, die regels overboord, en ging op de grappige toer. Zo ontstonden de zogenaamde scherts-renga (de haikai-no-renga) en dat sprak ook de gewone mensen weer aan. De serieuze renga raakte zo wat op de achtergrond. Belangrijk is, dat het 3-regelige openingsvers, de hokku dus, meer in de belangstelling kwam.

Rond 1500 ging deze hokku een eigen leven leiden als zelfstandig vers. Er was sprake van een bloeiperiode, met belangrijke dichters als bijvoorbeeld Sokan en Moritake. Na hun dood zakte het peil (van wat we nu haiku noemen, maar wat toen nog hokku heette) een tijdlang naar versjesmakerij, tot Onitsura er weer poŽzie van wist te maken. Het was echter Onitsura's tijdgenoot Basho die een waar meesterschap bereikte, dat ook vandaag nog onbetwist is. Hij heeft geleefd van 1644 tot 1694. Zijn invloed op latere dichters is enorm geweest, die werkt door tot op de dag van vandaag. Hij was een volgeling van het zen-boeddhisme, en onderwees het principe van de twee werkelijkheden, van het eeuwige en het momentane. Ook benadrukte hij het belang van het gebruik van gewone woorden. Zo blies hij de haiku nieuw leven in als een vorm van poŽzie van het dagelijks leven. Zijn beroemdste haiku is wel:

De oude vijver
een kikker springt van de kant
geluid van water.

De volgende grote haikudichter was Buson, die twintig jaar na Basho's dood werd geboren. Hij was een minstens even groot schilder als dichter. Je kunt dat merken aan zijn haiku, omdat ze vaak heel beeldend zijn:

De bloesems vielen
tussen de bladertakken
verschijnt de tempel.

Omstreeks 1800 leefde Issa, die schreef over mensen en vooral dieren met hun eigenaardigheden. Hij schrijft vaak beoordelend en subjektief, waardoor zijn verzen niet altijd klassieke haiku genoemd kunnen worden. Een voorbeeld:

Die vlieg niet doodslaan!
Hij wringt voor u zijn handjes
hij wringt zijn voetjes!

De laatste grote uit het verleden is Shiki, die nog 2 jaar van deze eeuw heeft meegemaaktl. Hij ontwikkelde heel eigen ideeŽn over haiku, en verwierp zelfs Basho een tijdje, maar daar kwam hij weer van terug. Van Shiki is bijvoorbeeld:

Lenteregen
paraplu's hoog en laag
vullen de veerboot.

Ook nu nog bestaan in Japan vele haikutijdschriften en haikurubrieken in dag- en weekbladen. Een paar voorbeelden van moderne Japanse haiku:

Ontdooiende ijspegels:
het maanlicht valt
in druppels.
                                         - Toshimi Horiuchi


In de schemer staan
bladloze bonestaken
en Boeddha's.
                                    - Yoshiaki Ono

Haiku kent geen tijd. Daarom wil ik afsluiten met een treffende uitspraak die ik tegenkwam in een artikel over Japan in een Frans blad: "In deze wereld, waarin de mensheid gebukt gaat onder tal van belastende bezigheden, bestaat de poŽzie, waarin ons hart zich kan uitspreken door de dingen die we zien en horen heen." Hoe aktueel dit ook klinkt, dit werd gekalligrafeerd door keizer Daigo in het jaar 901.