Zen suite 8
Zenweek 13-19 juni 1983; Willibrordabdij Doetinchem


De zachte warmte
om zes uur in de morgen
van mijn joggingbroek.

Gat in de poortmuur;
in een hoopje dons liggen
vijf vogelbekjes.

Onder mijn mudra
regelmatig bewegen
van adem, adem….

Vroeg in de kapel
het schrapen van een hand
langs een stoppelkin.

Een zakjevol lucht
hangend aan een ruggegraat
bollend en krimpend.

Niets anders is er
dan beweging van adem
en vogelgeluid.

De kerk indrijvend
als de deuren opengaan
geur van groentesoep.

Rond me in het bos
een voortdurend geritsel
in het droge blad.

In het lentebos
een zenstudent aantreffen
ondersteboven.

Een gat in de struik
nu hydrangeabloesem
onder het kruis ligt.

Zon, wind en regen -
onder de hanebalken
zetelt het zenvolk.

Wachten op dok(u)san;
een trillerende vogel;
een rammelend raam.

Van zendo naar kerk
gaan tien paar trage benen,
kyrie-eleison.

A-a-a-a-a---------------------
m
e
n
mijn mond blijft openstaan
in een wijde geeuw.

Na de nachtregens
heldere vogelzangen
uit alle bomen.