Zen suite 12
Willibrordusabdij Zenweek 12 - 17 november 1984.


Verkeersgerommel -
roerloos staan de bomen
en geurt de bosgrond.

Roerloos het herfstbos;
mijn voet van bijna zestig
schopt in de blaren.

Lang blijven kijken
hoe de wind met blaren strooit
in het stoppelveld.

Vergane klank,
verdwenen stap - een klokketouw
dat nog wat slingert.

Uren van zazen -
een vogelgeluidje snerpt
door mijn verstrooidheid.

Door het dakraam treft
de laatste zonnestraal een traan
in mijn buurvrouws oog.

Een regenbui? Och,
dorre eikeblaadjes tikken
op de tuintegels.

Ku-ke-le-ku-u!
de haan op de binnenplaats
ziet al Verlichting.

Diep in zazen
over de teil gebogen:
broeder Co wast af.

Een schaal afdrogen -
mijn schoongepoetst gezicht
ligt op de bodem.

Op een koude dag
is Maria verschenen
omvattend haar kind
(Een beeldje, in een nieuw uitgehakte nis in de poort, lichtje erachter.
Was in een paar dagen voor elkaar!)

O, dulcis Virgo,
die koude regendruppels
gaan uw licht voorbij.