Vuursteen herfst 1983.

Terug naar af.

In de rubriek Vonkjes (lentenummer, jaargang 3, nr. 1) wordt gereageerd op het woord "karig-dichten", gebruikt door Leo van der Zalm in verband met haiku. In die reactie wordt gezegd dat er niets op tegen is haiku zo te noemen zolang het woord slaat op het aantal lettergrepen.
Ik vermoed dat de uitvinder van dat woord wel degelijk aan meer heeft gedacht dan aan het aantal lettergrepen, en mijns inziens terecht.
Het woord "karig" heeft voor ons Westerlingen een negatieve klank: karig, schraal, armoedig, daar hebben we het moeilijk mee. Karigheid is bepaald niet "in". Ik denk dan dat we te gemakkelijk voorbijgaan aan het positieve aspect dat het begrip karigheid ook kan hebben, en met name in de Japanse haiku.

Een van de kenmerkende stemmingen van haiku is het wabi, wabi dat zoveel inhoudt als "geest van armoede, eenzaamheid, eenvoud, het onvolkomene", en dat gezien als verdienste. J. van Tooren spreekt in "Een jonge maan" zelfs van "bekoring".
Bekoring die opduikt in alle zen-kunsten, denk maar aan de lege vlakken in de inktschilderingen, aan de putjes en groeven in de kommen voor de theeceremonie. Of aan de opperste eenvoud, leegte, in de droge zentuinen, slechts bestaand uit zand en stenen: De kunst van het weglaten.

Misschien herinneren sommigen zich uit hun verre jeugd de "boterham met tevredenheid", een boterham met niks-erop! Ook al stond er heus wel kaas en hagelslag op tafel; die kale boterham hoorde erbij, al was het maar als een soort symbool. "'t Kan heus wel op, al is het vandaag niet", zei mijn grootmoeder dan gestreng.
Zo vreemd zou de geest van wabi ons dus niet hoeven zijn. De boterham met tevredenheid was een afspiegeling van de goed-christelijke deugd van de armoede: door het afzien van overbodigheden, door je te bepalen tot de noodzakelijkheden, door onthechting, is het mogelijk te raken aan het Volmaakte.

Misschien kan haiku-schrijven voor ons een "terug-naar-af" zijn: de sier en het gerinkel van onze eigen gedachten, verlangens en sentimenten even wegdoen om de werkelijkheid zoals ze is op ons af te laten komen. Op die wijze kunnen we de karigheid-als-verdienste beoefenen en - wie weet - de kwaliteit ontdekken van de leegte.