Tekst door Shigeko Isaacson. Vertaling door Gusta van Gulick*.
Verschenen in Vuursteen winter 1992.

* noot van de vertaler: De haiku zijn door de auteur van dit artikel letterlijk vanuit het Japans in het Engels vertaald. Zij is van mening dat de volgorde van woorden en regels nooit willekeurig is, maar een evenwicht in krachten (ya en kana, kyo en jitsu) beoogt. Daarom heb ik weer zo rechtstreeks mogelijk uit het Engels vertaald, evenals de auteur met voorbijzien van mooie taal.

De betekenis van het seizoenwoord in haiku

De traditionele scholen van haiku en haikai, van Basho tot Shiki, beschouwen deze 17-lettergrepige vorm als niet los te zien van het seizoenwoord (dai of kigo). De leerling is verplicht die woorden en dingen waarnaar ze verwijzen, te bestuderen en te doorgronden. Voor dit doel was de saijiki, een woordenboek van seizoenwoorden, een onontbeerlijk naslagwerk.

Saijiki betekende oorspronkelijk “notities van de gebeurtenissen gedurende het jaar”. Het bevatte feiten en informatie die door de eeuwen heen waren doorgegeven, en die betrekking hadden op het dagelijks leven en het doen van de dingen in overeenstemming met de seizoenen. Toen het een essentieel boek voor haikuschrijvers werd, veranderde de vorm om het wat gemakkelijker te maken: het werd verdeeld in 5 afdelingen waarin de seizoenen werden ondergebracht (de Nieuwjaarstijd is het 5e), met de volgende categorieën van seizoenwoorden:

jiko - de algemene klimatologische karakteristieken van het seizoen
tenmon - dingen die bij de hemel horen
chiri - dingen die bij de aarde horen
jinji - de activiteiten van mensen
shukyo - shintoïstische of boeddhistische zaken
shokubutsu - planten
dobutsu - dieren

Omdat het gebruik van woorden erg belangrijk is in een zo korte vorm als die van de haiku, werd, alvorens men ging proberen te schrijven, de saijiki geraadpleegd om de bijzondere kenmerken van het seizoen na te gaan en de aandacht erop te concentreren. Een passage in de Haikai Jyakkan (1813) geeft dit advies aan schrijvers: “Beginners moeten eerst in detail de betekenis en de inhoud van het seizoenwoord onderzoeken. Als zij schrijven over een seizoenwoord waarmee ze goed bekend zijn, moeten ze zich toch opnieuw erin verdiepen om nog beter te bevatten wat zijn diepste natuur is. Wat betreft de thema’s waarmee men niet zo bekend is: men moet ontdekken wat ze inhouden. Een vorstelijk persoon schaamt zich niet om inlichtingen te vragen aan iemand van lagere rang. Natuurlijk moet men de geschriften bestuderen van de voorgangers, zijn vrienden bevragen, ook mensen uit lagere kringen, telkens weer. Niet vragen brengt een leven van schade en verlies teweeg…”

Moderne Japanse saijiki kunnen dienen als voorbeeld waarnaar westerlingen een saijiki kunnen maken, aangepast aan het klimaat en de cultuur van de respectieve landen. Er zou een studie moeten worden gemaakt over de onderwerpen die geschikt zijn als kigo, hoe er variaties op te maken, hoe bijvoorbeeld de verschillende soorten wind en regen te behandelen. Dit zou de basis verschaffen waarop het belangrijkste woord in de haiku, de kigo, de breedste, meest homogene betekenis kan hebben. Men zou moeten beginnen met dit fundamentele begrip, en verder gaan met het onderzoeken van de eindeloze mogelijkheden van de levenskracht van de kigo.


Regen

We kunnen de volgende haiku's op vijf verschillende soorten regen, geschreven door de oude meesters, bestuderen om te zien hoe de woorden en de idee-eenheden geplaatst zijn om het seizoenwoord tot leven te brengen.

Lenteregen: een zachte en lichte regen die, hoewel eenzaamheid oproepend als hij wat langer duurt, toch de luister bevat die het ontspruiten van de dingen veroorzaakt, en de kersenbloesem laat bloeien.

Lenteregen –
onder de boom volgen ze elkaar op
de druppels.

(Basho)


Dit zou niet gezegd kunnen worden van een zware bui in de zomer, omdat zo’n rumoerige regen andere associaties oproept dan die van rustig vallende druppels onder een boom. Deze druppels rollen langs de boomstam of van de takken op de grond, zodat de wortels ze kunnen indrinken en ze door de takken sturen opdat de bladeren en bloemen zich kunnen openen.

De regen van de vijfde maand, of pruimenregen.
Het regenseizoen in Japan begint in de vijfde maand (volgens de maankalender), en tijdens die periode groeien de pruimen. Het is een gestage regen met af en toe onderbrekingen, die ongeveer dertig dagen duurt, meeldauw veroorzaakt en een gevoel van onbehagen teweegbrengt. Als deze periode voorbij is, beginnen de echte warmte en hitte van de zomer.

De laatste dagen
is het enkel nog motregen,
regen van de 5e maand.

(Shohaku)

De eerste regel houdt in, dat de regen enige tijd heeft geduurd. De monotone stemming die dit vers doordringt, is in zichzelf de tot leven gekomen pruimenregen.

Zomerse stortregens:
Stortregens, in de late middag voorafgegaan door een steeds donker wordende lucht, wat donderslagen, en dan, dikwijls vergezeld van wind, de stortbui. De bui verdwijnt vaak net zo snel als hij gekomen is.

Plotselinge stortbui!
de geur van cypressenbomen
doordringend.

(Kyuken)

Het sterke yang-kenmerk van dit type regen is mooi in evenwicht met de erop reagerende geur van de bomen die loskomt met een regenvlaag. Het woord in de laatste regel kan ook vertaald worden met: een sterke golf of stroom, en geeft in het origineel een sterke klanksuggestie.

Herfstregen:
Een fijne en vaak aanhoudende regen die verscheidene dagen blijft vallen, kil en troosteloos, in mid-herfst. Het is de regen die voorafgaat aan de ijsregens die vallen tegen het einde van de herfst.

Van wie zou het zijn?
een katoenen kledingstuk wordt geklopt
herfstregen.

(Shohaku)

Dit gaat over het kledingstuk van een boer of een werkman misschien, opgehangen buitenshuis. Het algemene gevoel van verlorenheid dat de herfst oproept is hier met perfecte hai behandeld door het noemen van het lege kledingstuk.

IJsregen:
Dit is een regen die valt onder een onstandvastige vroeg-winterhemel. Als je denkt dat het zal opklaren, trekt de lucht plotseling dicht; als je denkt dat het gaat regenen blijft het droog. De Japanners associëren deze dai met voeten die hard weglopen (vanwege de koude regen). Een andere naam ervoor is yamameguri, rond de berg gaand, omdat deze regen op deze manier beweegt: één bergtop in de zon, een andere in de regen.

Luister!
een ijsregenbui komt;
de avondklok.

(Kikaku)

Samen met het plotselinge geluid van de ijsregen wordt de stem van een tempelbel die de avondschemer aankondigt, gehoord. Het eerste geluid is ijl en koud, het tweede traag en somber. Beide echoën en lossen op in de winteravond.



Bovenstaande voorbeelden kunnen worden vergeleken met voorbeelden uit de school van Shiki:

Lenteregen!
de kuikens soezen op
de strobalen.

(Kogetsu)

In de waterton
drijft een kikker
regen van de 5e maand.

(Shiki)

In de plotselinge stortbui
is de morgenglorie-schutting
omgevallen.

(Gakusho)

De najaarsregen
laat ze onder water zinken
lotusbladeren.

(Shuibo)

De onverkochte
zeeslakken in hun vaatje
ijsregen in de schemer.

(Kyoson)

Zo maken deze haikudichters een precies onderscheid tussen de onderwerpen, kigo, waar ze over schrijven. Zo is de haiku in werkelijkheid. Zonder de kigo zou je de verzen geen haiku mogen noemen.



Insecten

Een dergelijke analyse kan ook worden gemaakt van haiku over verschillende insecten.

Vlinder op de wind;
nu verdwijnt hij, in de tarwe
verschijnt hij weer.

(Seira)

Tegen het groen van de groeiende tarwe kan de vlinder nu en dan worden gezien, maar rondgeblazen in de lentewind, tegen een heldere lucht, is het niet gemakkelijk om de ogen erop gericht te houden. De wind, van het element lucht waarin de vinder moet leven, is ook vaak wreed. De twee werkwoorden, verdwijnen en verschijnen, zijn vooral interessant in verband met het beeld van de fragiele vlinder.

Als op hem gejaagd wordt
verbergt hij zich in de maan,
vuurvliegje.

(Ryota)

Kinderen gaan op jacht naar vuurvliegen in zomernachten, omdat ze een bleekgroen koel licht uitstralen. Ze vliegen hoger als erop gejaagd wordt. In dit vers is er één onzichtbaar geworden in het maanlicht.

De bladerrijke wilg
is bewegingloos geworden;
muggenavond.

(Issho)

De lichte, tijdelijke bries die heeft geblazen in de hete middag is gaan liggen, zodat de dikke wilgentakken nu volkomen stil hangen. Het geluid van zoemende muggen, rondgaand in de duisternis en toenemend met hun rusteloze bewegingen, wordt nu overheersend.

Over beweeglijk water
schiet hij zijn schaduw achterna
de libel.

(Tsiyodyo)

De schokkerige maar snelle vlucht van een libel wordt gezet tegen de bedaarde, vloeiende beweging van een rivier op een najaarsdag, als de lucht zo helder is dat de schaduwen scherp zijn.

De grote paardevlieg
greep zich vast aan een bloem en
werd stil.

(Ozyo)

De paardenvlieg maakt een zoemend geluid met zijn vleugels. Als hij het voorwerp van zijn begeerte heeft gevonden, kalmeert hij en gaat zitten om de honing uit de bloem te peuren.

Geen van de insecten of de soorten regen in deze voorbeelden kan vervangen worden door een andere, zonder een onnatuurlijke of valse bewering te doen. Als je de kigo eruit kunt nemen en door een andere vervangen, is het geen haiku.

Waarom is er die concentratie op een seizoenwoord?

We leven in een zonnestelsel, en dus wordt alle leven gestuurd door de zon en de cyclus van de seizoenen. De wisselvalligheid van het menselijk bestaan spoort de mens aan zijn krachten te gebruiken om een niveau van inzicht te bereiken dat aan de ijdelheid en het oppervlakkige voorbijgaat.’
Daarom schreef de haikudichter vanuit een punt, los van “dit tranendal”, over de werkelijkheid van het universum en zijn myriaden manifestaties, waarvan de kigo de kenmerken zijn. Deze hebben allemaal hun eigen wezen, hun eigen natuur, terwijl ze verschillen in uiterlijke vorm en activiteiten. Deze twee factoren, kyo en jitsu genoemd, vormden het middelpunt van de discussies in de Basho-school.
Kyo is het lege, het vormloze, gevoel, hemel en aarde. Jitsu is het actuele, met vorm, gedaante, menselijke relaties.
Als woorden –zoals alles slechts manifestaties zijn van de leegte– nauwkeurig moeten beschrijven wat werkelijk is, moeten kyo en jitsu in balans zijn.
Het principe dat één zo’n onderwerp de totaliteit omvat, en dat de diepere natuur van alle dingen de leegte is, wordt nog naar een verder punt gebracht: naar waar de dingen kunnen worden gezien als volkomen gelijk. De praktijk van haikai, het hart te oefenen in het spel tussen kyo en jitsu en de uitwisseling ertussen te registreren, is de belangrijkste weg van de school van Basho.